| |
Full site available in Danish, part of the site is availabel in English |
Het Vejen Kunstmuseum Welkom in het Vejen Kunstmuseum. In het museum zien we vaak publiek, dat zich verbaast over het feit, dat in een klein stadje een kunstmuseum te vinden is. De charismatische beeldhouwer Niels Hansen Jacobsen (1861-1941) heeft hier een belangrijke rol gespeeld. Het museum is echter niet slechts een museum voor één person want de basis van de collectie werd reeds in de tijd van Hansen Jacobsen gelegd. Deze heeft als onderwerp Deense kunst van 1880 tot heden, met werken van onder andere L.A. Ring, Vilhelm Hammershøi, Sigurd Swane, Olaf Rude, Jens Søndergaard, Richard Mortensen en Asger Jorn.
Niels Hansen Jacobsen
Twee jaar later verhuisde Niels Hansen Jacobsen, met zijn vrouw en kunstenares, Anna Gabriele (geb. Rohde 1862-1902) naar Parijs. Zij woonden in een kunstenaarscomplex "La cité Fleurie". Hun huis werd een ontmoetingsplaats voor Deense kunstenaars zoals Rudolph Tegner, Johannes Holbek, Jens Lund en Axel Hou. Allen waren personen, die uit de bron van het symbolisme dronken.
Uit 1892 stamt het werk "Døden og Moderen" (De Dood en de Moeder), dat de verandering aankondigt van Niels Hansen Jacobsen´s naturalistische stijl in iets, dat dicht bijde vormidealen van de kunstnijverheid onder de Art Nouveau ligt - de organische, bochterige lijnen. Hij wilde grote, ongrijpbare begrippen uitdrukken - "Skyggen", "Natten", "Friheden i vor Tid", en "Militarismen" (De Schaduw, de Nacht, de Vrijheid in onze Tijd en Het Militarisme).
Niels Hansen Jacobsen creëerde zijn eigen vorm door een stilistische ontbinding van het vlak. Zijn ideeën waren de lokale kunstenaars zo vreemd, dat zij zijn trollensculptuur in een afdeling voor decoratieve kunst tentoonstelden. En toen hij "Militarismen" wilde tentoonstellen op de Wereldtentoonstelling van 1900, werd dit unaniem afgewezen door het comité. In Parijs begon Niels Hansen Jacobsen´s levenslange "spelen" met geglazuurde ceramiek. In klei vormde hij portretten, studies voor sculpturen en "gebruiksvoorwerpen". Bij deze voorwerpen zien we de invloed van de Japanse unika schalen en vazen - hun element van toeval en stoffelijke oppervlakte hebben hem aangesproken. Niels Hansen Jacobsen had een draaischijf, maar de werken worden gekenmerkt door bewerking. De vorm werd gedrukt, getrokken, geduwd en op een sokkel gezet en het ceramische werk kreeg een nabehandeling met zilver en lood.
In 1901 organiseerde Niels Hansen Jacobsen een groots opgezette retrospektieve tentoonstelling in "Den frie" (De Vrije) in Kopenhagen. Op gunstige voorwaarden bood hij aan sculptuurmecenas en brouwer Carl Jacobsen (Carlsberg) alles aan. Deze bestelde "Trolden" en "Døden og Moderen (De Trol en De Dood en de Moeder) in brons. De tentoonstelling werd zeker niet het succes, waarop Niels Hansen Jacobsen gehoopt had en het jaar erna kwam de verlammende klap, de dood van zijn vrouw. Hij keerde terug naar Vejen - hij maakte minder sculpturen. In 1905 werd de radeloos ronddolende "Kong Lear" gemakt en een paar jaar later het naturalistische werk "I Storbyens Ørken" (In de Woestijn van de grote Stad), dat een zweem van sociale verontwaardiging bevat.
In 1908 trouwde Niels Hansen Jacobsen met Kaja Jørgensen (1882-1928). Uit hetzelfde jaar stammen zijn museumtekeningen. De helft van de financiën werd opgebracht maar het ministerie wilde niet bijdragen. De boedel van zijn vader (1911) omvatte ook een perceel bestemd voor een museum voor de stad. De zaak werd vertraagd en hij verkoos in 1913 een atelier en museum in Skibelund te bouwen. Hij gebruikte veel tijd aan het maken van ceramiek en de productie van grafmonumenten. In 1918-19 ontstond "Skyen" (De Wolk), waar hij misschien wel het dichtst bij de Art Deco kwam.
In 1922 kreeg Niels Hansen Jacobsen de opdracht om het koelbassin van de electriciteitscentrale van Vejen om te vormen tot een decoratieve fontein - het resultaat staat nog steeds voor het museum. In die tijd gingen er geruchten dat hij naar Skibelund wilde verhuizen. Dit had tot gevolg dat er meer steunbetuigingen kwamen en een jaar na de inwijding van de "Troldespringvandet" (Trollenfontein) kon men op 1 juli 1924 de opening van het museum vieren. Op 70-jarige leeftijd werd Niels Hansen Jacobsen tot ereburger benoemd. In de jaren 1932-1934 zwoegde hij op een van zijn voornaamste werken "Livets Spil" (Het Spel des Levens) in het atelier in Skibelund. De afstand erheen was onpraktisch en het museum bleek al vlug te klein. In 1937-1938 werd het atelier afgebroken en herbouwd in Vejen (De zuidelijke koepelzaal). Na de dood van Niels Hansen Jacobsen ging zijn woning ook deel uitmaken van het museum. Op de benedenverdieping werden gedenkkamers ingericht, die eruit zien alsof hij zelf er nog woonde. Als testamentair geschenk kreeg het museum in 1939 van de weduwe en de zuster van Jens Lund een enorme verzameling van werken op papier en doek - een mooie aanvulling die de symbolistische stromingen tonen in de Deense kunst. Uit dezelfde periode zijn er werken te zien van de vrienden van Niels Hansen Jacobsen: Axel Hou, Anna E. Munch en niet te vergeten Ejnar Nielsen. In de loop van de jaren dertig en veertig werden Jens Lund´s en Niels Hansen Jacobsen´s werken van Richard Mortensen en Asger Jorn "ontdekt". Ze hebben zich ongetwijfeld verbonden gevoeld met de symbolistische werken en ze hebben in het surrealisme hun eigen streven herkend. |